Naar inhoud springen

Software engineering modellen

Uit CampusWiki
Versie door Annuh (overleg | bijdragen) op 26 jan 2009 om 19:08
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Software Engineering Modellen (Vakcode: 213510; engels: Software Engineering Models) is een tweedejaars Telematica, Technische Informatica, Bedrijfsinformatietechnologie en master Embedded Systems MSc vak. Het vak wordt gegeven door dr.ir. K.G. van den Berg. De studielast is 5.0 EC.


Vakbeschrijving

In het vak worden op systematische wijze modellen en hun onderlinge relaties behandeld per softwareontwikkelfase. In het bijzonder zijn dit modellen uit objectgeoriënteerde ontwikkelmethoden. Het gaat hierbij om de fasen requirementsanalyse, specificatie, architectuur- en detailontwerp, implementatie en testen. De (voor)kennis van de vakken Programmeren en Informatiesystemen wordt hierbij geïntegreerd en uitgebreid met o.a. domeinanalyse, architectuurontwerp en het gebruik van modellen voor implementatie en testen. Vanuit het vak Informatiesystemen (212010) wordt voortgebouwd op modelleringtechnieken op basis van de Unified Modelling Language (UML). Verder wordt gebruik gemaakt van de programmeervaardigheid uit de vakken Programmeren 1 (213500) en Programmeren 2 (213505).

Inhoud

  1. De belangrijkste onderwerpen zijn: functionele en niet-functionele eisen
  2. architectuurstijlen (client-server, layers, model-view-controller, pipe & filters)
  3. ontwerppatronen (observer, composite, singleton)
  4. testen (whitebox en blackbox)
  5. roundtrip engineering
  6. Modellen en diagrammen in UML (Unified Modeling Language): use-casediagram
  7. klassendiagram
  8. packagediagram
  9. sequentiediagram
  10. collaboratiediagram
  11. toestandsdiagram.
  12. De relatie van deze modellen: consistentie van modellen per fase
  13. verfijning en traceerbaarheid van modellen tussen fasen (traceability matrices)
  14. omzetten van modellen naar implementaties in Java.

Leerdoelen

Na het succesvol afronden van dit vak is de student in staat:

  1. verschillende abstractieniveaus van modellen in het softwareontwikkeltraject te beschrijven;
  2. modellen op te stellen voor verschillende fasen van het softwareontwikkeltraject;
  3. relaties tussen modellen aan te geven;
  4. modellen toe te passen in een klein softwareontwikkelproject, van requirementsanalyse naar implementatie en testen;
  5. een softwareontwikkelproject te documenteren met modellen en ontwerpbeslissingen te expliciteren;
  6. een ontwikkelomgeving voor modelleren en roundtrip engineering te gebruiken (in het bijzonder Borland Together).


Voorkenningseissen

  1. kennis van modelleringtechnieken uit de Unified Modeling Language (e.g. class diagram, use case diagram, event list, activity diagram, statechart diagram). Dit wordt behandeld bij Informatiesystemen (212010).
  2. Programmeervaardigheden zoals geleerd bij Programmeren 1 (213500) en Programmeren 2 (213505).


Studiemateriaal

  1. T.C. Lethbridge & R. Laganière: Object-Oriented Software Engineering, Practical Software Development using UML and Java, McGraw-Hill, 2nd ed. 2005, ISBN 0-07-70109082.
  2. De practicumopdrachten met toelichting en de sheets van de hoorcolleges (beschikbaar via de TeleTOPsite).