Twente
Twente (ook: Twenthe, Latijn: Tubantia) is een streek in het oosten van Nederland, die het meest verstedelijkte, oostelijke deel van de provincie Overijssel omvat en min of meer begrensd wordt door de rivieren Regge en Dinkel en de grenzen met Duitsland en de Achterhoek (provincie Gelderland). De naam Twente is afkomstig van de Romeinse benaming Tuihanti oftewel Tubanten voor de Germanen die in dit gebied woonachtig waren en in de Vroege Middeleeuwen door de Germaanse stam der Saksen geassimileerd en hevig beïnvloed werden.
Ontwikkeling
Na de onderwerping van de Saksen door de Franken in de 9e eeuw kwam Twente (als deel van 't Oversticht) stevig in de greep van de Utrechtse bisschoppen. Gedurende de Middeleeuwen beheerste een borgman - leenheer van de bisschop - de streek vanuit zijn residenties (Goor en Delden). Acht Twentse plaatsen kregen ooit stadsrechten: Almelo, Enschede, Oldenzaal, Ootmarsum, Goor, Rijssen, Diepenheim en Delden. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog lag Twente verschillende keren in het oorlogsgebied. Rond 1620 was vrijwel de gehele streek door het Spaanse opperbevel aan de Staatse troepen van Maurits van Oranje overgelaten. Hiermee was de woelige periode niet ten einde. Tientallen jaren nog lag de vijand in de persoon van de prins-bisschoppen van Münster op de loer. Van 1672-1674 bezette Bommenberend, bisschop van Münster, Twente in het kader van een oorlog tegen de Zeven Provinciën. Bovendien voerde de regering van Overijssel in de 17e eeuw op vaak gewelddadige wijze de Reformatie in. In Twente werden de katholieke parochiekerken en kloosters ondanks de weigering van het merendeel van het gewone volk en een klein deel van de adel over te gaan naar het protestantisme, geconfisqueerd, van binnen leeggehaald en heringericht voor de eredienst van de aanvankelijk zeer kleine protestantse gemeenten. De katholieke bevolking mocht haar godsdienst niet openlijk belijden, noch uitoefenen. Stiekem lazen priesters de H. Mis in stallen, schuren en huizen op het Twentse platteland. Pas begin 19e eeuw zou de situatie voor de katholieken verbeteren en ook in Twente in een grootschalige nieuwbouw van katholieke kerken en kloosters resulteren.
De drie voornaamste plaatsen, Enschede, Hengelo en Almelo, kwamen alle drie pas in de 19e eeuw tot noemenswaardige economische ontwikkeling. Evenals in bijna alle andere Twentse plaatsen (Nijverdal, Goor) kwam hier de textielindustrie tot ontwikkeling op basis van de plaatselijke huisnijverheid, en de komst van het spoor maakte juist deze drie plaatsen tot de economische as van Twente. In Hengelo domineerde de machinebouw. De Twentse textielindustrie is inmiddels verleden tijd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Twente al op 10 mei 1940 overdonderd door de Duitse Wehrmacht. Op enkele schermutselingen na bleef het rustig. Reeds in de middag marcheerden Duitse kolonnes door de Twentse dorpen naar het westen. De joodse gemeenschap hield zich in Twente beter staande dan in andere delen van het land, omdat de landelijkheid zich beter leende tot onderduiken en door de eigenzinnige houding van de Joodse Raad te Enschede. Voedseltekorten kende men gedurende de oorlog niet echt. Al voor, en tijdens de hongerwinter 1944-'45 werden kinderen uit West-Nederland ondergebracht bij boerengezinnen om aan te sterken en te overleven. Gewelddadige verzetsacties kwamen er gedurende de oorlog niet voor, afgezien van aanslagen op voedselbonkantoren. Het actief verzet bleef beperkt tot het grootschalig onderduiken door joden en mannen die aan de Arbeitseinsatz wilden ontkomen. De katholieke geestelijkheid en protestantse predikanten als Ds. Overduin (Enschede) hielpen bij de hulpacties voor vervolgde joden en politici.
Als doorvoergebied van Zuid- en West-Nederland en Vlaanderen naar Noord-Duitse industriesteden als Hamburg, Stettin en Hannover was Twente een zeer belangrijk gebied voor het Duitse spoorwegtransport. Aan het einde van de oorlog kreeg Twente het dan ook steeds zwaarder te verduren. Grote delen van Hengelo en Enschede werden weggevaagd door geallieerde bombardementen die meestal bedoeld waren voor nabij gelegen Duitse steden als Rheine en Münster. Het centrum van het stadje Goor werd tijdens een hevig bombardement in maart 1945 weggevaagd, met vele burgerslachtoffers als gevolg.
De naoorlogse wederopbouw geschiedde beetje bij beetje, waarbij Twente het geluk had op de toen nog oplevende textielindustrie te kunnen terugvallen.
Twente heeft sinds enige decennia een vliegveld en, halverwege Hengelo en Enschede, een - aanvankelijk uitsluitend polytechnische - universiteit: de Universiteit Twente. De totstandkoming van de A1 naar Berlijn, Hannover en Osnabrück gaf vanaf de jaren '70 de Twentse regio een grote economische impuls.
Landschap
Twente is buiten de grote steden een streek met grote landschappelijke kwaliteiten: het heeft een kleinschalig coulissenlandschap met belangrijke natuurgebieden (zoals het Lutterzand aan de meanderende Dinkel en de Friezenberg bij Markelo), en veel groene landgoederen (Singrave, Weldam, Twickel). Het gebied wordt van noord naar zuid door een heuvelrug doorsneden, waarvan de Tankenberg bij Oldenzaal het hoogste punt is. Oud stedenschoon is vooral te vinden in het kleine Ootmarsum en in mindere mate in Oldenzaal, dat wel een zeer belangrijke Romaanse basiliek (de Sint Plechelmusbasiliek) heeft.
Geologisch is Twente een van de interessantste gebieden van Nederland. Er komen aardlagen uit verschillende perioden op een vrij klein gebied aan de oppervlakte. Bij Losser bevindt zich een open steengroeve. Hengelo en Boekelo hebben zoutwinning.
Folklore
In Twente hebben zich vele volksgebruiken kunnen handhaven, zoals het midwinterhoornblazen en het stoken van paasvuren. In Ootmarsum wordt elk jaar met Pasen door de katholieken het traditionele vlöggelen gepraktizeerd door de poaskearls. In het Twentse volkslied worden al deze eigenschappen van Twente, samen met de textielnijverheid en de landelijke gemeenschap benoemd. In Oldenzaal, dat met de rest van Noord- en Oost-Twente vrijwel geheel rooms-katholiek is, wordt uitbundig carnaval gevierd.
De schrijver J.J. Voskuil beweert dat het midwinterhoornblazen geen voorchristelijk gebruik is, zoals lang gedacht werd, maar dat deze traditie pas is ontstaan tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Daarvoor vond het midwinterhoornblazen slechts incidenteel plaats. Toch is het hoornblazen reeds eeuwen in Twente aanwezig - in verschillende varianten: zo kent Markelo en omgeving het ossenhoornblazen.
De wijd en zijd bekende streeksport klootschieten maakt ook deel uit van de Twentse cultuur en folklore. Oorspronkelijk werd dit spel gespeeld met harde kleine ballen die zover mogelijk over lange zandwegen gegooid werden. Tegenwoordig zijn er ook andere varianten (met rubberen ballen bijvoorbeeld).
Religie
Twente wordt (van oudsher) gekenmerkt door een duidelijke rooms-katholieke meerderheid. Zoals hierboven vermeld is de katholieke godsdienst duidelijk aanwezig in vele gebruiken. Christus-,Maria-, heiligen- en Sacramentsprocessies en katholieke wegkapellen nemen zelfs in de huidige tijd van maatschappelijke secularisatie, in Twente nog in aantal toe, getuige de kapelnieuwbouw rond kernen als De Lutte. Op het Twentse katholieke platteland blijft de verbondenheid met parochie en Kerk nog relatief groot. Oostelijk, noordelijk, en zuidelijk Twente zijn vrijwel uitsluitend Rooms-katholiek. Het "Roomse bolwerk" Oldenzaal, maar ook katholieke plaatsen als Denekamp, Tubbergen, Almelo, Borne, Hengelo, Lonneker, Haaksbergen, Delden en directe omgeving maken het merendeel van Twente uit. Het uiterste westen van Twente is in meerderheid protestants. Dorpen als Diepenheim, Markelo, Holten, Nijverdal en Vriezenveen hebben sinds de 17e eeuw een voornamelijk protestantse bevolking. Een alom in den lande bekend calvinistisch bolwerk is Rijssen (De Poort van Twente), waar men een nadrukkelijk aanwezige rijke mix van vaak zeer strikte kerkgenootschappen die de Reformatie aanhangen vindt. Plaatsen als Goor en Wierden hebben een religieus gemengde bevolking. Al vroeg in de twintigste eeuw kenmerkte Enschede zich als een socialistische burcht door een grote mate van onkerkelijkheid. In de grotere Twentse steden bevindt zich sinds de jaren '70 een islamitische minderheid. De joodse bevolking hield zich na de Tweede Wereldoorlog ondanks grote verliezen staande en de erediensten worden in synagogen in Haaksbergen, Hengelo, maar vooral in Enschede voortgezet.
Sporen van de religie vindt men overal in Twente. In Oldenzaal staat de Middeleeuwse St. Plechelmusbasiliek, die opgetrokken werd uit Bentheimer zandsteen. Delden bezit een kleinere, eveneense Middeleeuwse kerk (de Oude Blasius), evenals Denekamp, Haaksbergen en Weerselo. In Tubbergen is niet alleen de parochiekerk, maar ook het reusachtige monument voor de bekende Twentse RKSP-politicus Mgr. Dr. Schaepman opmerkelijk. In de omgeving van Denekamp en Zenderen zijn kloosters gevestigd. Voormalige kloosters en kleinseminaries bevinden zich onder meer in Goor, Delden, Hengelo en Oldenzaal.
In Enschede bezit de Israëlitische gemeenschap een indrukwekkende synagoge.
Onder de bekende oude eikenboom bij Fleringen (de Kroezenboom) ligt een katholieke wegkapel. In De Lutte, Denekamp, de voormalige gemeente Ambt Delden enz. vindt men langs wegen eveneens talrijke katholieke bidkapelletjes.
Streektaal
Het Twents is een dialect van het Nedersaksisch, een erkende taal die aangetroffen wordt in zowel Nederland (Overijssel, Drenthe, Gelderland) als Duitsland (Westfalen, Nedersaksen). Nedersaksisch is samen met het Limburgs een van de twee streektalen in Nederland. Twents wordt gesproken in alle gemeenten, maar sprake van één dialect is er niet. Woorden kunnen per dorp sterk verschillen. De oostelijke delen van Twente kenmerken zich door een on-Nederlandser dialect dan de westelijke delen. Zeer bijzondere klanken en woorden vindt men in de dialecten van kernen als Vriezenveen, Enter en Rijssen.
Het Van Deinse Instituut zet zich in om meer te weten te komen over heden en verleden van Twente. Het in Enschede gevestigde instituut richt zich op de streekcultuur, volkskunde, streektaal, cultuurgeschiedenis en het landschap van Twente. Daarnaast verzamelt, onderhoudt, bestudeert en presenteert het een uitgebreide collectie materiële getuigenissen uit het verleden van Twente.
Imago van Twente
Op Twentenaren werd in vroeger tijden door grootstedelijke Nederlanders neergekeken als een nijver, gesloten, eigenaardig, religieus boerenvolkje uit het verre oosten des lands. Belangrijke imagoverbetering kwam tot stand door de verovering van het Nederlandse toneel door vooral Herman Finkers. Finkers voldoet op een hartelijke manier aan het stereotiepe beeld van de Twentenaar: vreemd accent en droge humor. Finkers trad in het verleden meermaals in het Twents op en verleende het dialect zo meer bekendheid en eigenwaarde.
Twente wordt in de rest van Nederland ook gezien als een "gezellige streek" en is daardoor steeds populairder geworden onder dag- en campingtoeristen. Vele campings en hotels zijn rond Ootmarsum te vinden, maar ook het landelijke gebied rond het dorpje Markelo is populair.
Door de toenemende bedrijvigheid en de economische groei van Enschede en Hengelo is er ook bij het Nederlandse bedrijfsleven een positiever beeld van Twente ontstaan. Niet in de laatste plaats wordt hiertoe bijgedragen door de Universiteit Twente en haar landelijke uitstraling. De (inter)nationale bekendheid van een voetbalclub als FC Twente (1965) draagt eveneens haar steentje bij aan een sterke naamsbekendheid van de streek.
Hoezeer de culturele emancipatie van de streek - met al haar eigenheden - gelukt is, blijkt wel uit het initiatief van de Twentenaren Herman Finkers en regisseur Johan Nijenhuis. In oktober 2005 verschijnt de Twentse dramaserie Van jonge leu en oale groond bij RTV Oost. Door het Twentse bedrijfsleven werd aan de totstandkoming van de kostbare tv-productie bijgedragen. Inmiddels is er landelijke belangstelling voor de serie.
Plaatsen in Twente
Albergen -- Almelo -- Beuningen -- Boekelo -- Borne -- Bornerbroek -- Breklenkamp -- Buurse -- Daarle -- Delden -- De Lutte -- Den Ham -- Denekamp -- Deurningen -- Diepenheim -- Enschede -- Enter -- Fleringen -- Glanerbrug -- Goor -- Haaksbergen -- Hellendoorn--Hengelo -- Lattrop -- Lonneker -- Losser -- Mariaparochie -- Mander -- Markelo -- Nijverdal --Oldenzaal -- Ootmarsum -- Overdinkel -- Rijssen -- Rossum -- Saasveld -- Sint Isidorushoeve -- Tilligte -- Tubbergen -- Usselo -- Vasse -- Vriezenveen -- Vroomshoop -- Weerselo -- Wierden -- Zenderen
Volkslied
'Nederlands'
Er ligt tussen Dinkel en Regge een land
Ons schone en nijvere Twente
Het land van de arbeid het land der natuur
Het steeds onvolprezene Twente
Daar golft op de essen het goudgele graan
Doet 't snelvlietend beekje het molenrad gaan
Daar ligt er de heide in 't paarsrode kleed
Dat is ons zo dierbare Twente (2x)
Waar Twickel zijn torens uit't eikenloof heft
De Lutte zijn heuvels doet blinken
De paasvuren branden alom in't rond
En 't landvolk de kersthoorn laat klinken
Daar stroomt onze Dinkel zo heerlijk door 't land
Door bossen en velden, langs't Losserse zand
Daar rust er ons oog van der heuvelentop
Op 't heerlijke landschap ons Twente (2x)
De rookwolk, die stijgt aan de horizon op
Die wijst on de nijvere steden
Met mensen arbeidzaam en degelijk, bewoond
De zetels van 't krachtige heden
Daarbuiten in boerschap op heide en veld
Daar wordt nog de sage en 't sprookje verteld
Daar rust de Tubanter in't heuvelig graf
't Verleden naast 't heden van Twente (2x)
En voert ons het lot ook uit Twente soms weg
Wij blijven het immer gedenken
Geen andere landstreek hoe schoon ze ook zij
Kan 't zelfde als Twente ons schenken
Wij drukken elkaar in de vreemde de hand
Gedenkend ons klein, maar zo dierbare land
En moge ons hart in de vreemde ook staan
Ons hart blijft toch altijd in Twente (2x)
(J.J. van Deinse)
Twents
Twents Volksleed
Dôar lig tuss'n Déénkel en Regge 'n laand
oons mooie en neerige Twèènte
't Laand van katoen en 't laand van d'n es
den greun is in wéénter en lèènte.
Doar ruust de rouw op d'n kaamp in de wéénd
geet 't rad van de möl in de bekke gezwéénd
Dôar steet nöast d'n eek'n d'n beuk en de dan
Dat is oons zo leeve land Twèènte (2x)
Woar Twickel zien' toorns oet 't eek'nloof beurt,
de Lutte zien baarge döt bléénk'n
'n Boak'n in de boerschop op poas'n nog braandt,
't jonkvolk nog den hoorn löt kléénk'n.
Dôar kronkelt den Déénkel zo mooi deur 't laand,
deur brook en deur buske en 't Loslkerse zaand.
Dôar zitte wiej geern op 't töpk'n van de barg,
en kiekt is hoo mooi is ons Twèènte. (2x)
De rookwolk'n daampt an den horizon op,
Dôar li'jt oonze greujende steed'n.
Dôar drönt de masien' en dôar rettelt de töw,
da's Twèènte zien krachtige heden.
Um 'n heerd in de boerschop as 't griezelt op 't veld,
dôar wödt nog van vrogger de deunkes verteld.
Dôar röst om de beelten den Saks en tubant,
't Verleden noast 't heden van Twèènte. (2x)
En hew mangs van doon um oet Twèènte te goan,
weij blieft an oons Tukkerlaand dèènk'n,
gen' aandere laandstrek, ho mooi offe is,
kan 't zölfde as Twèènte ons schèènk'n.
Wiej doot in den vrömd'n mekaander de haand
geft datied mekaa in de sproak van ons laand,
al rookt oonz'n schossteen biej 't volk oaver zee,
oons hat blif toch aaltied in Twèènte. (2x)
(G.B. Vloedbeld)
Externe links
- http://cgi.omroep.nl/cgi-bin/streams?/ibg/sn334006-bb.wmv Vlöggelen
- http://www.st-isidorushoeve.nl/ Sint Isidorushoeve